Van 21 tot en met 24 september verbleven we op drie verschillende campings in Etosha. Etosha is één van de grootste en beest-dicht-bevolkste parken van Afrika. De grote 5 zijn hier te vinden tesamen met nog vele andere zoogdieren, gevogelte en reptielen. Het bijzondere aan het park is dat je er met de 4×4 zelf doorheen kunt rijden. Je mag alleen op de gebaande wegen rijden en absoluut niet uit je auto komen. Voor je eigen veiligheid voornamelijk, maar ook voor de veiligheid en rust van de dieren.
De wegen leiden naar verschillende drinkplaatsen waar je de meeste kans van slagen hebt tot een ontmoeting met het dierenrijk. In tegenstelling tot eerdere ontmoetingen met dieren merken we al snel dat in Etosha de beesten wat meer aan de auto’s gewend zijn. Ze blijven argwanend maar komen opvallend dicht in de buurt van je auto.

Het park stikt, net als de rest van het land, van de springbokken en gemsbokken. Ook zijn er erg veel duikers te vinden. Onze eerste bijzondere ontmoeting is met drie giraffes. We komen bij een eindpunt aan waar we een kort rondje maken als Frank plotseling roept ‘Huh een giraffe?!’. Het enorme gevaarte staat 10 meter van onze auto vandaan. Niet veel later zien we ook zijn twee vriendjes.
Verdere bijzondere ontmoetingen hebben we gehad met nog veel meer giraffen, met olifanten (die we tot enkele meters konden naderen!) en erg in de verte de familie leeuw. Meneer en mevrouw de leeuw deden zich te goed aan een lapje zebra. Helaas was dit bijzondere tafereel te ver weg voor mooie foto’s. Ook hebben we een adelaar van een hapje mol zien smikkelen ende smullen.
Je mag na zonsondergang (en voor zonsopgang) het park niet meer in. Vanaf de verschillende campings zijn gelukkig wel plekken ingericht waar je rustig (en in stilte) naar een waterbron kunt kijken. ’s Avonds komen sommige beesten (zoals leeuwen) pas echt tot leven. Je moet af en toe geduldig zijn, maar soms levert het meerdere neushoorns, een olifant en enkele giraffen op.

Al met al is het erg speciaal om deze dierentuin dieren eens in hun natuurlijke habitat te mogen aanschouwen. Ze maken veel meer indruk en de angst waarin de dieren leven is veel beter voelbaar. Het is niet alleen het type dier, maar ook de hoeveelheid die indruk weet te maken. Bij sommige drinkplaatsen staat het vol met zebra’s, duikers, springbokken, giraffen en olifanten. Enig minpuntje is dat we helaas geen leeuwen in vol ornaat hebben mogen aanschouwen. Van vele andere toeristen begrepen we dat die toch wel regelmatig te zien zijn geweest.
We beginnen met een status van de verwondingen. Martin heeft er een wespensteek bij, maar zijn hoofd is niet opgezwollen. Frank heeft nog steeds twee purple heart-waardige sneeën op zijn voorhoofd en de spieren doen ook nog erg pijn. De hoofdpijn is eindelijk weg!
Vandaag gaat de rit naar het nationale park Etosha. Hier kunnen we eindelijk de big five in het wild gaan zien.
Op de weg er naar toe komen we weer veel verkopers van ‘handcrafts’ tegen. Zij staan in vreemde klederdracht langs de weg te zwaaien voor aandacht en proberen je vervolgens stenen e.d. te verkopen. De krotten waar deze mensen in leven staan een stuk verderop in het landschap. Namibië is relatief rijk, maar er is ook nog genoeg armoede te vinden helaas.

Na onze gegevens (naam, adres, kentekenplaten, handtekening en wat ze nog meer bedenken) vijfmaal achter gelaten te hebben zijn we eindelijk veilig geregistreerd in Etosha. De inefficiënte bureaucratie viert hoogtijdagen in Namibië.
Het is zondag, vertrekdag. De rit brengt ons naar de richting van Twyfelfontein waar we één nachtje kamperen. Bij het opstaan wordt het voor Frank al snel duidelijk dat hij gisteren een total body workout heeft ondergaan. Naast de hoofdpijn –die nog steeds niet helemaal over is- brengt iedere spier in zijn lijf een zeurende pijn voort.
Die uren in de sportschool zijn dus totaal overbodig mensen! Het is vele malen effectiever om met 80 km/u met je gezicht op het zand te klappen. Iedere spier in je lijf (inclusief je gezicht!) wordt uitgebreid getraind.
Onderweg bekijken we de Twyfelfontein en nog wat andere, niet noemenswaardige, sights. Een fontein is in het Afrikaans een waterbron. De bron is er niet meer, maar het is ooit een bron geweest waar vele dieren en Bosjesmannen op af kwamen. Deze Bosjesmannen hebben in het verleden wat krassen gemaakt in stenen. Hiervan zijn er nu zo een 2000 stuks zichtbaar. Wij hebben onder begeleiding van een gids een aantal rotstekeningen bekeken. Interessant, maar niet al te bijzonder verder.

Het eerste wat in deze regio opvalt: de verschrikkelijke, onverdraagzame, pest-pokke-takke-hitte! Het is hier 42 graden. Ondanks het droge klimaat gutst het lichaamsvocht van onze voorhoofden, eigenlijk voor het eerst sinds we in Afrika zijn. Tot nu toe is het prima uit te houden dankzij een koel briesje en de wat lagere temperatuur. Het lijkt er op dat we nu echt in de hitte terecht komen!
Mocht je nog van plan zijn naar Afrika te gaan dan hebben we nog een goede voedseltip/afrader: koop geen voorgesneden/voorgestampt/voorgekookt/ingeblikt/kant-en-klaar voedsel. De groente is smaakloos en drassig en de aardappelschijfjes (van McCain!) die we vandaag hadden zijn moeilijk te omschrijven. Het had de kleur van de groene derrie uit een gemiddelde neus, het vormsel van gebakken banaan waarvan de houdbaarheidsdatum enkele weken verstreken was en de smaak van…tja, alles behalve aardappel.
Vandaag worden de mietjes van de mannen gescheiden. We gaan onder begeleiding van een instructeur de duinen in. Op grote mannen quads dan wel te verstaan. De 250cc quads halen een topsnelheid van 80 km/u en dat is érg hard als je een zandduin afraast!
Uiteraard beginnen we met het uitzoeken van een helm. Een bekend probleem voor Frank. Waar ze op de kartbaan in Nederland nog maatje (letterlijk) ‘mega groot’ voor ‘m hadden, moet hij het hier met XL doen. Uiteindelijk komt er een potje tevoorschijn. Goed, het is niet charmant, maar we kwamen niet om vrouwen te versieren. Bijkomend nadeel van een potje: zandhappen!
De duinen hier zijn niet vergelijkbaar met de duinenpartij in Nederland. Het gaat om een uitgestrekt, woestijnachtig gebied. De quads rijden moeiteloos tientallen meters duin op om vervolgens vertikaal weer naar beneden te scheuren. Al driftend de bocht door beseffen we ons hoe Colin McRae’s leven geweest moet zijn.
Dat er ook gevaren aan verbonden zijn werd tegen het einde pijnlijk duidelijk. Frank raakte vol gas in de vijfde versnelling een iets te zacht zandheuveltje met twee wielen waarop hij met quad en al gelanceerd werd. Niet alleen resulteerde dit in een gezandstraald uiterlijk, tevens leverde dit zijn derde bijna-dood-ervaring op.
Na alle ledematen gecontroleerd te hebben bleek de schade beperkt te zijn tot het volgende lijstje:
- Pijnlijke pols
- Opgezette knie
- Wond op de knie
- Bloedend voorhoofd
- Hoofdpijn
- Algehele stijfheid en pijntjes

Een purple heart is hier wel op zijn plaats. De quad zelf was ook her en der wat verbogen, maar dat blijk je ook weer gewoon recht te kunnen buigen (inclusief het stuur). Het was het allemaal waard!
Deze middag brengen we door in het stadje. Onder andere in een internet cafe, de supermarkt en wat andere winkeltjes.
Vandaag vertrekken we nog voor 7 uur richting Swakopmund. De snelste weg is zo een 380 km, maar wij gaan via een nationaal park waar we gisteren een vergunning voor gekocht hebben. We zien geen nieuwe dieren, maar we besluiten de dieren die we al zo vaak hebben gezien eens van dichterbij op de foto te zetten. Dat is aardig gelukt!
Ook zijn we nog langs het ‘Moon landscape’ gereden. Dit stuk landschap lijkt op, jawel, een maanlandschap. Geen/nauwelijks vegetatie en een hoop heuvels bestaande uit gesteente. Het ziet er grappig uit, de foto’s hebben nog wel wat bewerking nodig om er een echt maanlandschap van te maken.
Op de één of andere manier is er vandaag –na de vele McRaetjes- wel een klein laagje zand door het hele interieur van de auto verspreid. Ook de camera apparatuur en laptop moesten er aan geloven. Alles werkt nog wel…nóg wel.
Onze eerste indruk van Swakopmund was ‘jeetje, wat een rijkdom’. Ook voor Nederlandse begrippen toch wel grote huizen met moderne, Europese auto’s. Wederom staan om alle huizen grote hekken met schrikdraad. Toch lijkt het met de criminaliteit wel weer mee te vallen. Er zijn alleen ontzettend veel verkopers van beschilderde kastanjes. Zij begrijpen niet dat we na 7 verkopers afgepoeierd te hebben nog steeds niets van die bende willen hebben.

Verder is Swakopmund een leuk stadje. Het ligt direct aan zee (met enorme golven!) en het centrum bevat veel leuke winkeltjes. Tevens zijn er meerdere afhaal pizzeria’s, wat we nog niet eerder in Namibië gezien hadden. We zijn dus voor de pizza gegaan vanavond!
De ochtend verloopt niet erg soepel. We moeten niet alleen 20 minuten kruipend rijden om de camping af te komen (alleen gaaf als je géén haast hebt), ook moeten we nog tientallen kilometers rijden voordat we bij de ingang van Sossusvlei aankomen. Om kwart voor 7 staan we uiteindelijk voor de poort, die om 7 uur open gaat. Vervolgens dient iedereen een vergunning te kopen om het park in te mogen. Daarvoor dient een uitgebreid formulier ingevuld te worden door een belangrijk uitziende meneer die lichtelijk analfabeet blijkt te zijn. De zon gaat ondertussen steeds hoger aan de hemel staan.
Eenmaal in het park dien je nog 50 kilometer te rijden (waaronder een stuk door het zand) om bij de juiste duinen aan te komen. Al het gestress verdwijnt als zand door de wind zodra de prachtverlichte, knalrode duinen in zicht komen.
Je kunt enkele duinen ook beklimmen. Je struikelt daarbij wel continu over te dikke Duitsers met de conditie van een rokende Oktoberfestganger. Nadat we deze Duitse obstakels overwonnen hebben lopen we nog een stuk door over de Duitsloze duinen. Het is een zware, maar mooie klim. Helaas zien we het rode contrast in de duinen steeds verder verdwijnen doordat de zon hoger aan de hemel komt te staan.

We besluiten een kortere route naar beneden te nemen. Hoewel de meningen verdeeld zijn is met 7 kilo fotoapparatuur een zandduin afsprinten best effectief. Vervolgens gaan we bij Sessriem nog even een bratwurst als ontbijt naar binnen werken en wat boodschapjes doen voor de braai van die avond.
Aangekomen bij de campsite maken we nog een (uitgestippelde) wandeling door de omgeving. We dachten de 1,2 kilometer wel even te doen, maar op de kaart stond niet aangegeven dat het om een rotsbeklimming ging. Het resulteerde uiteindelijk in een verbrande kop en twee open botbreuken (zo voelde het in ieder geval).
Na weer volledig communicatief operationeel geweest te zijn in het internet café gaan we uit eten met twee Duitse dames. Deze nichtjes hebben familie in Windhoek wonen en vertelden ons toch ietwat verontrustende verhalen. De afgelopen jaren zou de criminaliteit in Namibië enorm toegenomen zijn. Roofovervallen, carjackings en diefstal zijn aan de orde van de dag.
Ons was wel opgevallen dat de guest houses vaak omheind zijn en de guest house in Lüderitz had zelfs ’s nachts een bewaker klaar staan. Wij hebben zelf nog geen problemen ondervonden en zijn daarom ook nog niet echt angstig geweest. Volgens de dames moet je echt ’s avonds niet over straat lopen in Windhoek, iets wat wij wel gedaan hebben (wederom zonder problemen).
Zij vertelden dat ze vanuit de Spar gerend zijn naar de auto omdat ze het idee hadden dat meerdere mensen naar hun tassen zaten te kijken. Wij hebben dezelfde dag boodschappen gedaan, met de camera om de schouder en zijn gewoon zonder problemen terug gelopen naar het guest house.
Waarschijnlijk ligt de waarheid ergens in het midden, we zullen dus wat meer op onze tellen gaan passen, maar niet ten kostte van de vrijheid. De meeste Namibiërs zijn tegen ons erg vriendelijk en geïnteresseerd. Overigens hoorden we vandaag op de radio nog wel een discussie over de toenemende criminaliteit. Het lijkt dus zeker wel te spelen.
Vandaag vertrekken we naar de Sossusvlei in de buurt van het plaatsje Sessriem. Het is de bedoeling dat we bij zonsopgang de rode zandduinen van Sossusvlei op de gevoelige plaat gaan zetten. Met het nummer ‘Jy is de son, jy is de see’ op de radio belooft het een mooie rit te worden.
De campsite ligt enorm afgelegen. We moeten 5 km over onbegaanbare weg en drooggevallen riviertjes ploeteren om er te komen. Op de campsite zijn meerdere wc’s, douches en een soort van burcht waar je windstil kunt braaien. Een prima plek dus. Daarnaast hebben we onze persoonlijke assistent die permanent (en eenzaam en verlaten) naast de campsite woont. Hij steekt het vuur aan voor warm water bij het douchen, doet je afwas en al het andere waar je ‘m bij nodig kan hebben. Handig!
We beginnen de dag met een boottocht langs de kust bij Lüderitz. De dolfijnen zwemmen mee met de boot, we komen zeehonden tegen op een rotsblok en eindigen bij pinguins op Halifax eiland. De pinguins hier leven in oude, verlaten huizen. Er woont niemand meer op het eiland, dus de pinguins hebben alle ruimte en rust om de huizen te betrekken.
Na de boottocht vertrekken we richting het nabij gelegen plaatsje ‘Kolmanskop’. Dit is een zogenoemde spookstad. Aan het begin van de 20e eeuw is dit dorp ontstaan na de eerste vondsten van Diamanten. Het dorpje is uitgegroeid tot een complete gemeenschap met theater, casino, ziekenhuis, slager etcetera. Enkele jaren later waren de hoogtijdagen van de diamantwinning voorbij waardoor het dorpje verlaten werd.

Het dorpje is in deze staat achter gelaten en je kunt alle huizen van binnen en van buiten bekijken. Helaas is het nu wel een toeristische trekpleister (inclusief rondleidingen) waardoor het niet echt een spookstad is. Er staat nauwelijks meubilair of materiaal uit die tijd.
We gebruiken de rest van de middag om Lüderitz te verkennen en dit te typen in een internet café. Morgen gaat de reis weer verder naar Sessriem.
Vandaag maken we de lange rit naar het Duitse havenplaatsje Lüderitz. We besluiten de toeristische route te kiezen. Deze zal ons over allerlei gravelwegen in erbarmelijke omstandigheden uiteindelijk in Lüderitz moeten brengen. De route brengt ons door woestenij zover het oogt reikt en nog veel verder. We komen uren lang geen auto’s tegen.
We rijden voor een deel van de route langs de oranjerivier, maar ook door de bergen over smalle bergweggetjes. Uiteindelijk besluiten we de banden van de auto wat leeg te laten lopen voor meer grip. Leeglopen gaat helaas een stuk makkelijker dan met de voetpomp de boel weer aan te vullen…
Ook interessant, we moeten langs het Sperrgebiet, zoals de Duitsers het aan het begin van de 20e eeuw genoemd hebben. Dit gebied is verboden terrein vanwege de diamantwinning. De Lonely Planet reisgids raadt ten zeerste af dit gebied te betreden ‘or you will be prosecuted (or worse)’. Uiteraard mogen wij wel gewoon over de weg eromheen rijden.
We zien afgegraven bergen en zelfs een diamantstadje. Dit stadje bestaat uit een blok moderne woonhuizen (midden in de woestenij!), een krottenwijkje, wat voorzieningen en lijkt eigendom te zijn van een groot bedrijf of de Namibische overheid. Hoewel Namibië geen Sierra Leone is als het om de diamantwinning gaat, geeft dit plaatsje toch een naar beeld.
In de Lodge (wat een luxe en weelde!) ontmoeten we een Nederlands stel waarmee we ’s avonds uit eten gaan. Na de springbok hebben we nu ook gemsbok (Onyx) gegeten, wederom erg lekker en erg veel. Je zou niet zeggen dat er een voedseltekort in Afrika is.
Half 6 gaat de wekker weer. We vouwen de tent in het donker op en rijden terug naar de Canyon voor een snelle plaat bij zonsopgang. De Canyon kleurt om 7 uur eindelijk mooi rood zodat we wat gevoelige plaatjes kunnen schieten.

We slagen er eindelijk weer eens in om een SMS-spot te vinden.
Na een ijskoude douche vervolgen we onze weg naar Ai-Ais, een andere ingang van de Canyon waar heerlijk gebadderd kan worden in een warmte-bron. De gravelweg er naar toe biedt genoeg mogelijkheden voor enkele Colin McRaetjes. Hij liet het leven bij een helikoptervlucht, wij zijn dan ook bang voor de terugvlucht (sorry mams).
In Ai-Ais lopen we een stukje langs de bijna opgedroogde visrivier voor wat fotootjes. Na de lunch (cheeseburger met friet!) keren we terug naar onze eigen campsite.
Bij de voorbereiding voor de tocht naar Luderitz ontstaat nog een discussie. De kerk in Luderitz is ’s zomers geopend van 17:00-18:00 en ’s winters van 18:00-19:00.
Frank: “is het nu winter of zomer?”
Martin: “winter”
Frank: “het is toch herfst?”
Martin: “nee, lente.”
Frank: “oh, dan is het zomer.”